Wezenloos

Misschien komt er oorlog met de Turken, fluistert de Griekse visser. We zitten te borrelen met onze buren, Ruud en Annette, en Yannis is ook aangeschoven. Soms vliegen er Turkse straaljagers over Samos. Soms zien we Griekse militairen. Erdogan heeft de grenzen geopend voor vluchtelingen, die naar Europa willen. De situatie rond de kampen op Lesbos en Chios escaleert vrijwel direct. Ook op Samos is het onrustig. Het is verboden om hier nog te varen. We zitten vast in wat een oorlogsgebied lijkt te zijn, maar we merken er hier weinig van. Soms een stille getuige op het strand: een verfomfaaid zwemvest. Leeg. Wezenloos.

Lees verder Wezenloos

Bang

Ik lig al een tijdje wakker. Nachtmerries verzieken mijn slaap. Ik heb het warm en lig te woelen. In mijn droom ben ik Captain Jack kwijt en loop ik eindeloos naar hem te roepen. Dan schrik ik wakker van een knal. Jack ook. Hij is bang en kruipt zo ver mogelijk onder ons bed weg. Ik heb een onbestemd voorgevoel. Het zou nu hard moeten waaien, maar in plaats daarvan is het bladstil. Met ingehouden adem lig ik in bed. Het is half drie ’s nachts. Ineens doorbreken de voorspelde storm en regen de onheilspellende stilte ervóór. Een snoeiharde valwind drukt Coco zo scheef dat haar stootrand met een klap over de stootwillen heen tegen de betonnen kade wordt gedrukt. In de kajuit vallen dingen om. ‘Ik ben bang’, zeg ik tegen Ron. ‘Ik ook’, zegt hij terug.

Lees verder Bang

Een warm onthaal

Een licht gevoel van zeeziekte maakt zich van me meester als we motorzeilend, net te hoog aan de wind, uit de baai bij Sitia proberen weg te komen. Het is voor het eerst sinds ons vertrek inmiddels zo’n 2,5 jaar geleden. Niemand is voor altijd gevrijwaard van zeeziekte, heb ik ooit gelezen. Nog zo’n 3 uur tot we de kaap gerond hebben en af kunnen vallen richting Kasos. Als we dat volhouden en de wind niet teveel tegen blijft staan, komt de rest ook goed, zo praten we onszelf moed in.

Lees verder Een warm onthaal

Naar de dokter

Zaterdagnacht word ik wakker van een stekende pijn in mijn scheenbeen. De pijn is zo hevig dat ik er niet meer van kan slapen. Jackie is vrolijk als altijd als ik om zes uur maar vast opsta en we lopen ons vaste ochtendrondje.

Lees verder Naar de dokter

Kan ’t zelf wel!

Volgens mijn ouders was het de eerste volledige zin die ik uitsprak en daarna ook nog vaak zou herhalen: ‘kan ’t zelf wel!’ Om maar vooral duidelijk te maken dat ik hun hulp niet nodig had. Dat laatste was natuurlijk niet helemaal waar, maar het geeft wel aan wat mijn streven was: zelfstandigheid en vrijheid in combinatie met een flinke dosis eigenwijsheid. En dat is er met de jaren niet minder op geworden.

Lees verder Kan ’t zelf wel!

Life goes on

‘Life goes on’. Remco zei het tot zijn laatste dag. Vandaag is het precies een maand geleden dat hij stierf. Mijn broertje, 49 jaar oud. En hij heeft gelijk. Het leven gaat door. Wij hebben ons leven ook weer opgepakt. Drie dagen na zijn begrafenis zitten we in het vliegtuig naar Napels. Terug naar ons thuis op de boot in Gaeta.

Lees verder Life goes on