De Oostzee

Het wordt nooit meer zoals het was…”

Overpeinzingen na vier maanden op een Crabber

Het is inmiddels eind september, de herfst is begonnen en we hebben alweer meer dan een maand gewerkt. Na vier maanden leven op een Crabber valt de overgang naar het normale leven nog steeds zwaar. Het huis is te groot, de stad te druk en mijn uitzicht wordt belemmerd door huizen en bomen. Ik droom over zee, varen, vogels, water, lucht, spontane ontmoetingen en bovenal de vrijheid. Vrijheid om te doen en te laten wat je wil, de ruimte en rust om je heen en na een tijdje ook de rust van binnen.

We spelen al geruime tijd met de gedachte om een langere zeilreis te maken. Ook fantaseren we over het vroegtijdig stoppen met werken, ons huis verkopen en voor onbepaalde tijd met de boot vertrekken. In het voorjaar van 2014 besluiten we om het voor vier maanden uit te proberen en doen bij onze werkgevers een aanvraag voor onbetaald verlof. We krijgen toestemming en op 24 april 2015 is het dan eindelijk zover. We trekken we de deur van ons huis voor vier maanden achter ons dicht. Ons grote zeilavontuur is begonnen!

‘We’ zijn Ron, mijn partner, en ik. We wonen al 25 jaar samen in een schattig huisje in Nijmegen. Na jarenlang bootjes huren, zeilcursussen en verleggen van ons vaarwater van de Friese meren via het Ijsselmeer naar de Waddenzee hebben we 2½ jaar geleden een Cornish Crabber gekocht (CC 121, Janna). Sindsdien zijn we meer dan ooit verknocht aan het varen. Onze thuishaven is Lauwersoog. De afgelopen twee vaarseizoenen hebben we het Duitse wad tot aan Neuwerk verkend. Ons reisdoel voor de komende vier maanden is de Oostzee.

Deel 1 Pech onderweg

Als we eind april vertrekken, is er nog maar weinig van het voorjaar te bespeuren. Het is koud, regent en waait hard. Voorlopig nemen we daarom de route binnendoor.

2015-05-01 In de grote zeesluis bij Emden
In de grote zeesluis bij Emden

Via Groningen en Delfzijl arriveren we op 1 mei in Emden, nadat we zijn geschut in de vrijwel lege, maar indrukwekkend grote zeesluis. De kleine sluis voor de watersport werkt namelijk niet. Emden is onze toegangspoort tot het Ems-Jadekanaal, dat doorloopt tot Wilhelmshaven. De brugbediening is beperkt, omdat het vaarseizoen in Duitsland pas begint op 15 mei. Zaterdags varen we met een paar bootjes de eerste helft van het kanaal. Om verder te varen moeten we telefonisch contact opnemen met de ‘Kanalbetriebsleiter’.

2015-05-02 Over de kanalen.jpg

Samen met vier andere jachtjes worden we maandagochtend om 7:10 uur verwacht bij de Schleuse Upschört, halverwege het kanaal. De brugwachter rijdt met zijn autootje met ons mee. Hij spoort ons aan een beetje extra gas te geven, zodat we voor het einde van zijn werkdag in Wilhelmshaven zijn. We zoeken een haventje op dat dicht bij het centrum ligt. Vanwege slecht weer blijven we hier namelijk een paar dagen liggen. De mast, die we in Emden hebben laten zakken, gaat weer overeind. We willen straks graag verder via de Waddenzee. Omdat de brugbediening ook in Wilhelmhaven nog beperkt is, verhuizen we op 7 mei vast naar de buitenhaven, zodat we de volgende ochtend bijtijds kunnen vertrekken.

2015-05-07 Op weg naar de buitenhaven van Wilhelmshaven
Op weg naar de buitenhaven van Wilhelmshafen

Eerst is ons plan om met de ebstroom de Jade af te varen en vervolgens met de vloedstroom de Elbe op naar Cuxhaven of Brunsbuttel. Omdat het die dag toch wat harder waait dan voorspeld en we opzien tegen het ‘stroom tegen wind’ effect op de Elbe, passen we dit plan de ochtend van vertrek aan. We nemen de binnendoor route over het wad naar Spieka Neufeld. Dit is een klein, pittoresk plaatsje met dito jachthaventje aan het vasteland net onder Cuxhaven. We vertrekken met de ebstroom uit Wilhelmshaven naar de Kaiserbalje. Daar maken we een tijstop en gaan met opkomend water verder. Als we net van de Wurster Arm afgeslagen zijn het Weser-Elbe Wattfahrwasser in, begint de motor vreemd te doen. Niet lang daarna horen we een knal en een ‘krak’. We kijken elkaar aan. In een flits besluiten we het anker uit te gooien. Ron opent het motorluik.

2015-05-12 14.47.39.jpg

Op de bodem ervan ziet hij een plasje olie en splinters geel metaal. Later blijkt er een gat geslagen te zijn in de deksel van de distributietandwielen. We liggen vlak naast de ton WE 2a. Er is te weinig wind om zeilend verder te komen. Terug de Weser op tegen de opkomende ebstroom in is al helemaal geen optie. Daar liggen we dan. Een flink stuk verwijderd van het vasteland en we kunnen geen kant op. We besluiten hulp in te roepen, maar de techniek werkt weer niet echt mee. De marifoon geeft op kanaal 16, Bremen Rescue, weinig sjoege en in het schermpje verschijnt de melding ‘b’ (battery?). Waarschijnlijk heeft onze accu te weinig vermogen om op hoog vermogen uit te zenden. Aangezien de mobiele telefoon nog wel bereik heeft, bellen we 112. Daar worden we veel doorgeschakeld. Ze gaan onze melding doorgeven. Tenslotte bellen we met een bevriend echtpaar, waarvan we de boot richting Bremerhaven hebben zien gaan op de AIS. Zij zoeken via Duitse buren contact met Bremen Rescue. Kort daarna worden we zelf door Bremen Rescue opgeroepen via de marifoon en kunnen nu wel met hen communiceren. We worden in contact gebracht met de schipper van de Hermann Rudolf Meyer, de reddingseenheid van de Duitse Reddingsbrigade . Als zijn bemanning compleet is, komt hij onze kant uit.

2015-05-08 Afgesleept naar Bremerhaven
Afgesleept naar Bremerhaven

Drie uur later stopt er dan eindelijk een grote reddingsboot, die er een klein bootje uitspuugt. Het is inmiddels een uur of acht ’s avonds. Ze nemen ons op sleeptouw en helpen om ons anker te lichten. Als het kleine bootje terug het grote moederschip is ingevaren, worden we naar Bremerhaven gesleept. Dit alles tegen een flinke ebstroom in. Onze snelheidsmeter, die nog nooit heeft gefunctioneerd, gaat van schrik weer werken. Ondanks de hoge snelheid door het water duurt het nog tot na middernacht voor we tegen een drekkige, vijf meter hoge damwand bij Bremerhaven worden vastgelegd. Het is inmiddels laag water en met een verval van zo’n vier meter en het ontbreken van voorzieningen voor jachtjes (nog geen vaarseizoen…) was het een flinke klim naar de vaste wal. “Gut abfendern” is het laatste advies dat onze redders ons meegeven. En weg zijn ze. Het berghout zit inmiddels al onder de krassen van de pokken op de damwand. Nadat we alle stootwillen als een ketting aan elkaar hebben geregen, drinken we nog een biertje en gaan slapen. Morgen is er een hoop te doen.

Op advies van de reddingsbrigade gaan we zaterdagochtend naar een nabij gelegen watersportwinkel. Daar treffen we gelukkig een Vetus monteur, die met ons mee gaat kijken en een sleepje voor ons regelt naar een jachthaven. Navraag bij Vetus op maandag wijst uit dat het benodigde motordeksel niet meer verkrijgbaar is. Ook de verkrijgbaarheid van andere onderdelen is beperkt, omdat onze motor al zo’n 27 jaar oud is. Reparatie binnen een redelijke termijn is dus geen optie.

2015-05-12 Oude en nieuwe motor
Oude en nieuwe motor op de steiger

We bestellen een nieuwe Vetus motor, waarvan er nog één op voorraad ligt in Bremen. Ron demonteert op maandag de oude motor. Jörg, de monteur, haalt die dag de nieuwe motor in Bremen op. Op dinsdag vindt de grote wisseltruc plaats. Met behulp van de giek takelen we de oude motor eruit en de nieuwe erin. Na veel passen en meten is op woensdag de nieuwe motor helemaal aangesloten. Die middag hebben we een geslaagde proefvaart. We kunnen weer verder!

Op donderdag 14 mei varen we over de Geeste naar Bad Bederkesa. Alles gaat goed tot Ron achteruit slaat bij het aanleggen aan de steiger. De gaskabel breekt af. Gelukkig liggen we al aangemeerd. De dag daarna brengt de monteur twee nieuwe gaskabels langs. Inmiddels hebben we van onze altijd behulpzame adviseurs van Waddeninzicht, Hein en Doy Pols, al vernomen dat oude gaskabels vaker afbreken bij het plaatsen van een nieuwe motor. De monteur heeft geen tijd om te helpen met inbouwen. Ron is er zelf de rest van de dag mee zoet. Het vraagt in een Crabber ook behoorlijk wat lenigheid om een dergelijk klusje uit te voeren. Zaterdag 16 mei varen we verder naar Otterndorf. We kunnen pas de volgende ochtend door de sluis. Omdat het overeind zetten van de mast inmiddels lekker snel gaat en we last hebben van een gezonde portie ongeduld, vertrekken we die ochtend eerder dan gepland over de Elbe naar Brunsbüttel.

2015-05-17 Haven van Brunsbuttel
Haven van Brunsbüttel

Het vervelende gevolg hiervan is dat we al vlak na halftij bij de sluis van Brunsbüttel aankomen. Wind en stroming zijn zo hard dat de motor, die we nog niet helemaal vertrouwen, direct op volle kracht moet om niet op de keien terecht te komen. Haastige spoed is zelden goed… Gelukkig komen we begin van de middag ongeschonden, maar met de adrenaline uit alle poriën, aan in Brunsbüttel. Het haventje is klein en gezellig met fantastisch uitzicht op de enorme containerschepen, die door de grote zeesluis direct naast het jachthaventje varen.

Twee dagen varen over het Kielerkanaal scheiden ons nog van de Oostzee. Op de tweede dag slaat het noodlot echter weer toe. Bij vertrek uit Rendsburg reageert de motor niet meer goed op de gashendel. We keren terug en nadat Ron de gaskabel beter heeft vastgezet, varen we weer verder in de veronderstelling dat het probleem hiermee is verholpen. Niets blijkt minder waar als een paar kilometer verder op het kanaal het toerental van de motor weer steeds vanzelf terug loopt. We leggen de boot vast aan een dukdalf in een uitwijkgebied en roepen kanaal 3 op. Nadat we hebben uitgelegd dat onze motor niet meer ‘betriebssicher’ is, regelen zij voor ons een sleepje van ‘sportboot Freddie’. Op het Kielerkanaal – tussen de grote containerschepen in – kun je het je immers niet permitteren om met je boot stil te vallen.

2015-05-19 Weer op sleeptouw...

‘Freddie’ blijkt geen gewoon jachtje te zijn, maar een 30 meter lange klassieke houten tweemaster, gevuld met deels al behoorlijk aangeschoten Duitsers. Aangezien ‘Freddie’ best groot is om even langszij te komen, varen we er met onze motor naar toe. Best lastig om dan uit te leggen waarom je een sleepje nodig hebt… Freddie sleept ons naar Kiel Holtenau en mee door de sluis, maar wil ons ook graag weer kwijt. Ze leggen aan op een onbeschutte plek, waardoor onze Janna vreselijk tekeer gaat op de golven die het Kieler Fjord binnenrollen. Uiteindelijk besluiten we de gok te nemen, gooien Janna los en motoren naar een andere jachthaven in Kiel. Daar hebben we afgesproken met weer een monteur. Die stelt de volgende dag vast dat er teveel olie in de motor zit en een stekker niet vast genoeg is aangedrukt. De rekening hiervan wordt – na wat gesputter – uiteindelijk betaald door Jörg, de installatiemonteur. Het goede nieuws is natuurlijk wel dat we inmiddels op de Oostzee liggen!

Deel 2 De Oostzee

Op 21 mei, bijna een maand na ons vertrek uit Lauwersoog, hijsen we dan eindelijk de zeilen voor onze eerste tocht over de Oostzee.

2015-05-24 Eindelijk op de Oostzee!.jpg

Ron, navigator, heeft de tocht naar Schleimünde netjes voorbereid. De wind komt echter uit een iets andere richting dan voorspeld. Het mooie van de Oostzee is dat er dan vrijwel altijd een andere bestemming te vinden is, die wél bezeild is. De tochtvoorbereiding kan in de prullenbak en onderweg maakt Ron een nieuwe. We verleggen onze koers naar Marstal en komen die dag onverwacht al aan in Denemarken.

Op de Oostzee varen we waar de wind ons heen voert, zodat we zoveel mogelijk kunnen zeilen. Dat lukt prima. Er is meestal (meer dan) voldoende wind. Ondanks de lang aanhoudende kou schijnt bijna elke dag de zon. Het water is prachtig helder en het is heerlijk rustig. Wel zorgen de routes voor het grote scheepvaartverkeer soms voor de nodige spanning. Ondanks verrekijker en AIS-ontvanger nadert zo’n groot schip soms toch sneller of anders dan ingeschat. We houden ze gelukkig steeds op ruime afstand. In ruim 1½ maand varen we een rondje via de Grote Belt om Samsø heen en door de Kleine Belt en de Als Sund terug naar Kiel.

2015-05-26 Aankomst Fejo
Aanloop Fejo bij windkracht 6

We doen op die route zo’n 30 havens aan: Kiel, Marstal, Bagenkop, Spodsbjerg, Onsevig, Fejø, Omø, Korsør, Reersø, Ballen, Langør, Tunø, Marup, Juelsminde, Middelfart, Arø, Mjels Vig, Sonderborg, Schleimünde, Søby, Lyø, Svendborg, Dagelökke, Marstal, Aeroskøbing, Drejø, Avernakø, Mommark en weer terug naar Kiel. Eigenlijk zeilen we alle dagen, behalve als het weer te slecht is of we echt een dag willen rondkijken en/of wandelen. Op de Grote Belt zien we voor de eerste keer tuimelaars, een soort kleine dolfijnen, die met de boot meezwemmen.

Het leven op de boot begint steeds meer in te slijten. Het is heerlijk om te merken hoe weinig je eigenlijk nodig hebt om gelukkig te zijn. Meestal zijn we de kleinste boot in de haven en soms lijken de mensen ons daarom wat meewarig aan te kijken. Maar voor ons is de boot groot genoeg. Er zijn natuurlijk ook hier veel mensen die onze Crabber erg mooi vinden en spontaan met bijpassende vaaradviezen komen. Zo zijn we bijvoorbeeld in het kleine haventje van Drejø terecht gekomen.

2015-07-06 Haventje Drejo
Haventje Drejo

Het is het schattigste en kleinste zeehaventje dat ik tot zover heb gezien. Je kunt er terecht met een diepgang tot ca. 1 meter. Met aanhoudende westenwind valt het haventje echter helemaal droog. Je komt er via een ondiepe prikkengeul. Door het heldere water kun je de kiezels onder je boot tellen en krijg je het idee dat het niet diep genoeg is. Maar het past. Hier liggen we voor het eerst tussen kleinere bootjes.

Op de Oostzee kom je onherroepelijk veel Nederlandse en Duitse pensionado’s tegen, die er van mei tot september aan het varen zijn. Een veelgehoorde opmerking is dan hoeveel jaren ze al op de Oostzee komend, variërend van zo’n 10 tot maar liefst 25 of 40 jaar. Dat zullen wij niet gaan evenaren. De Oostzee is mooi en vooral vanwege de geweldige zeilmogelijkheden een gebied om zeker een keer naar toe te gaan, maar wij zijn er niet verliefd op geworden. Zo luidt in elk geval de conclusie tijdens een borrel met Beatrijs en Thea van de Lung Ta.

2015-07-10 Crabberbezoek op Avernako
Crabberbezoek op Avernako

Onze ‘buurcrabberaars’ uit zowel jachthaven Noordergat (Lauwersoog) als winterstalling Waddeninzicht (Kollum), ontmoeten we op Avernakø. We missen alle vier de Waddenzee met haar getijden, we missen eilanden met zand, we missen de echte zee… Tijd om onze koers weer te verleggen. Op naar de Noordzee!

Deel 3 De Noordzee

Half juli varen we via het Kielerkanaal naar de Eider, waar we over hebben gelezen dat het er erg mooi is. De binnen Eider doet ons nog het meeste denken aan het Reitdiep in Groningen. Het is mooi, maar niet iets dat we nog niet eerder hebben gezien. In Friedrichsstadt, 400 jaar geleden gebouwd door gevluchte Hollandse remonstranten naar het voorbeeld van Amsterdam, gaan we door de sluis. Vanaf dat punt is de Eider een getijdenrivier, die met laag water grotendeels droogvalt. Erg mooi om te zien. We varen verder naar Tönning, onze laatste stop voor het Eidersperrwerk.

2015-07-17 Tonning.jpg

Tönning is een pittoresk en gezellig plaatsje. In Denemarken hebben we die gezelligheid vaak gemist: winkeltje, terrasje, lekker eten en drinken… Aangezien we er inmiddels alweer zes aaneengesloten dagen varen op hebben zitten, blijven we hier een paar dagen genieten. Zondag 19 juli staan we om half vier ’s ochtends op om naar Pellworm te varen. Het is schemerig als we om half zes vertrekken en de prikken en tonnen op de buiten Eider zijn nog maar moeizaam te onderscheiden. We zijn alleen op het water.

2015-07-19 Vroeg over de buiten Eider.jpg

Desondanks wordt de sluis in het Eidersperrwerk snel voor ons bediend. Na deze sluis komen we op open zee. Het eerste stuk gaat – kronkelend en daarom soms nog tegen de zuidwestelijke wind in – naar de aanloopton van de Eider. Langzaamaan wordt het water dieper en worden de golven hoger. Als we koers zetten naar de aanloopton van de Hever, komen we recht voor de wind en dat zeilt niet prettig met een flinke zeegang. Op een klapgijp zitten we niet te wachten, dus we passen onze koers iets aan en komen daardoor uiteindelijk een stuk westelijker uit. Vervolgens varen we de Süderhever op, waar we achteraf beter via de Norderhever hadden kunnen gaan. We moeten dus weer een stuk terug tegen de stroom in. Tot overmaat van ramp ligt de prikkengeul naar Pellworm niet op de plek, die op de kaart staat ingetekend. Na lang zoeken, komen we uiteindelijk tegen het begin van de middag aan in de haven van Pellworm.

2015-07-20 Pellworm.jpg

We zijn moe en blij dat we er zijn. We eten en drinken wat in een kroegje en gaan vroeg te kooi. De volgende middag varen we rustig naar Hallig Hooghe, dat we de volgende dag bekijken. Alhoewel Hooghe zelf erg toeristisch is, merk je daar in het kleine, droogvallende haventje niets van. We krijgen via via de sleutel van de bijbehorende keuken en douches. Later komt de havenmeester nog even langs om uit te leggen hoe we zelf kunnen betalen. Op dit soort plekken gaat alles nog op basis van vertrouwen. Mooi. Ook mooi: het uitzicht op Amrum, trekpleister voor elke Crabberaar. Op 22 juli varen we er heen. Het weerbericht meldt naderend slecht weer met vooral veel harde wind. Amrum lijkt ons een prima plek om langer te blijven. Het is een prachtig eiland met enorme zandstranden en mooie wandelpaden. En dan is er natuurlijk de ‘Blaue Maus’.

2015-07-22 Blaue Maus, Amrum

Als we er binnenkomen, blijkt onze komst al bekendgemaakt door Aggie, die ons in de jachthaven heeft gespot. De kroegbaas, Jan von der Weppen, komt al snel een praatje maken. Hij excuseert zich voor de verandering die de Blaue Maus heeft doorgemaakt. Door het rookverbod is men zich noodgedwongen op een breder publiek gaan richten en zitten er rond etenstijd vooral gezinnetjes met kinderen. Je kunt er nu namelijk ook eenvoudige maaltijden eten. Pas later op de avond begint het weer een beetje op een kroeg te lijken. Toch hebben we er een paar gezellige avonden. Het duurt ruim een week voordat we weer kunnen vertrekken vanaf Amrum en zelfs dan zijn de omstandigheden nog niet optimaal.

2015-07-23 Strand Amrum.jpg

De wind is weliswaar minder geworden, maar de zeegang staat na een week van storm nog stevig door. Toch willen we nu graag verder. Alle adviezen afwegend, besluiten we door het zeegat helemaal naar buiten te varen. Op deze diepe route zal het water uiteindelijk rustiger zijn dan op het Schmalltief, dat meer naar binnen tussen de ondieptes door naar het zuiden slingert. Onze bestemming is Büsum. We kunnen door het tij pas om 13:00 ‘s middags vertrekken. De Deutsche Wetterdienst voorspelt ‘anfangs’ nog een zee van twee meter en geeft een waarschuwing voor harde, maar afnemende wind. Het is een flinke tocht naar Büsum en afhankelijk van de gekozen route varieert de afstand rond de vijftig zeemijl. Het eerste stuk naar de aanloopton van het Rütergat is pittig met een stevige wind en vooral hoge golven. Hoe dichter we bij het zeegat komen, hoe onrustiger het water wordt. Op open zee gaat het beter. We zeilen voorbij de aanloopton van de Eider naar de Norderpiep. Dan moeten we kiezen: via de onverlichte Norderpiep en daarna de Süderpiep of nog zo’n tien mijl omvaren en helemaal via de verlichte Süderpiep. Ik heb mijn handen vol aan het zeilen en laat de beslissing aan Ron, onze navigator. Het wordt de route via de Norderpiep. Vlak voor tienen met het laatste licht komen we nog net op tijd van de Norder- op de Süderpiep. Büsum lopen we aan in het donker. In de eerste box die we met onze schijnwerper kunnen vinden, leggen we aan. Drie maanden geleden hadden we een tocht als deze nooit durven ondernemen. We hebben onze grenzen weer een flink stuk verlegd.

2015-08-01 Feest in Busum.jpg

In Büsum zijn dat weekeind havenfeesten. Zaterdags vermaken we ons daar. Op zondag bereiden we ons voor op onze tocht naar Helgoland. We kunnen pas om 15:30 weg uit Büsum, deels omdat we bij de keersluis moeten wachten op de naar de haven terugkerende kotter regatta. Toch komen we nog helemaal met de stroom mee en voor donker aan op Helgoland.

2015-08-02 Aanloop Helgoland vanaf Busum
Aanloop Helgoland vanaf Busum

Zeilen kan niet, want er is geen wind. De zee is glad als een spiegel. Hoe anders ziet dit er de volgende dag uit… We staan op als het nog donker is. Er is een zuidoostelijke wind voorspeld, dus die kans willen we niet laten liggen. Onze Duitse buurman op zijn kleine platbodem vraagt ons bezorgd of dat wel gaat: met onze boot op open zee met Oost 4-5. Ik antwoord stoer dat het een Crabber is en slik stiekem een keertje.

2015-08-02 Haven Helgoland
Haven van Helgoland

Die ochtend vertrekken er meer jachtjes. Wij zijn wel de kleinste die gaat. De wind en de golven staan recht op de ingang van de hoog ommuurde haven. We hijsen de zeilen al in de havenkom en stuiteren op de hoge golven de haven uit. Af en toe moet de motor er even bij, omdat we in het begin soms nog te scherp aan de wind moeten varen. De wind blijkt harder dan verwacht en is aanvankelijk 5-6. Er komt een groot jacht naast ons varen dat ons uitgebreid filmt. Ik kan me voorstellen dat het er spectaculair uit moet zien – ons kleine bootje op deze hoge golven – en zou het filmpje graag zien. Na een tijdje lukt het weer zonder motor erbij. De eerste paar uur is het hard werken. Zeilend manoeuvreer ik de boot van golf naar golf. Navigeren valt ook niet mee als het zo tekeer gaat. Na een tijdje neemt de wind wat af en wordt het rustiger.

2015-08-03 Aanloop Spiekeroog vanaf Helgoland

Als we het zeegat van Spiekeroog binnenlopen, is er zelfs tijd om foto’s te maken en even rustig te genieten van weer een nieuwe mijlpaal.

Na een dagje rust op Spiekeroog varen we via Norderney en Borkum terug naar het Nederlandse wad. We rusten daar nog twee weken uit van onze woeste Noordzee avonturen, voordat we dan toch echt weer naar huis toe moeten. Wanhopig verzucht ik: “Straks gaan we weer naar huis en dan wordt alles weer zoals het was…“ ”Nee”, zegt Ron, “het wordt nooit meer zoals het was.”

Deel 4 Weer thuis

Inmiddels zijn we een maand verder en het is inderdaad niet meer geworden zoals het was. We hebben geproefd aan de vrijheid, aan het leven op de boot. Het werken wil maar niet echt wennen. Met ons hoofd zijn we nog op zee. We gaan zeker binnen vier jaar vertrekken. Maar is het eigenlijk wel nodig om nog vier jaar te wachten? En is het eigenlijk wel nodig om een andere boot te kopen? We hebben vier maanden heerlijk geleefd op onze Crabber en in het juiste vaargebied kunnen we dat ook nog een stuk langer. Misschien gaan we over 1½ jaar al? We weten het nog niet. Het heeft tijd nodig.

Blijven werken en geld verdienen met als doel het bereiken van een zo hoog mogelijk comfortniveau is in elk geval iets dat we niet meer willen. Op Facebook formuleert José Mujica, president Uruguay van 2010-2015, het intussen als volgt (Engelse vertaling): “We invented a mountain of superfluous needs. Shopping for new, throwing away the old. That’s a waste of our lives! When I buy something or when you buy it, you’re not paying with money. You’re paying with the hours of life you had to spend earning that money. The difference is that life is the one thing you can’t buy. Life only gets shorter. And it’s pitiful to waste one’s life and freedom that way.”

Matty Lupker, 30 september 2015

Advertenties