Reisstress 6

‘Tja mevrouw, er staat ‘security’ achter uw naam’, verklaart de vriendelijke Transavia juffrouw bij de incheckbalie de reden waarom ik niet online kon inchecken en trouwens ook nu bij haar aan de balie niet direct. ‘Is er misschien op een eerdere vlucht iets gebeurd?’ Ik reageer zo blond mogelijk en overtuig haar. Ze gaat uit van een persoonsverwisseling. Intussen stel ik me bij een ‘securityrisico’ iets anders voor dan een bang hondje dat niet in een afgesloten tas onder een vliegtuigstoel is te krijgen, zoals ons op de eerste vlucht met Captain Jack overkwam (zie onze eerste Reisstress blog).

Hoewel we ons toen voornamen om nooit meer met het vliegtuig te reizen, staan we hier nu toch weer. Simpelweg omdat de alternatieven voor het vliegen ook niet erg aantrekkelijk zijn gebleken. Na lang wachten is de blokkade uit het systeem en ontvangen we onze boardingpassen. Vlak voor we aan boord gaan, krijg ik nog een preek van drie Transavia medewerkers waaronder de purser. ‘Ja natuurlijk ga ik akkoord met de voorwaarden en ja natuurlijk zal mijn hondje zich precies zo gedragen als Transavia wenst.’ De feedback benadering van Transavia is die van ‘boze, autoritaire vader versus geïntimideerd, klein kind’ en zo laat ik het ook maar over me heen komen. Jack is inmiddels een volleerd reiziger, dus ik heb goede hoop. Al blijft het natuurlijk een levend wezen en geen zak aardappelen.

Eenmaal aan boord blijkt Jack over ware Houdini kwaliteiten te beschikken. Hij zit al een tijdje netjes in de afgesloten hondentas onder de stoel voor mij als hij een rits aan de zijkant van de tas weet open te duwen. Nog net op tijd zie ik hem zijn witte lijf uit de zwarte tas wurmen. Vlak voor hij er helemaal uit is, heb ik hem te pakken. Jack is niet van plan om zich weer terug te laten stoppen en rekt en strekt zijn gespierde lijf dusdanig dat het ook onmogelijk past. Gelukkig zijn er even geen Transavia medewerkers in de buurt. Met wat duw- en trekwerk krijgen we hem een paar minuten later weer terug in de tas, die ik even op mijn schoot laat staan om Jack wat te kalmeren. En dan komt natuurlijk net de purser langs. ‘Maar mevrouw Lupker, wat hadden wij nu afgesproken?’ Mijn antwoord op zijn vraag wenst hij niet te horen. ‘Nee, geen excuses, zo moet ik u straks echt de laatste waarschuwing geven’. In gedachte zie ik hem de nooduitgang al openen en ons er hoog in de lucht uitgooien. Transavia en wij, het blijft een moeizame relatie. Opnieuw neem ik me voor om nooit meer te vliegen. Jack doet het de rest van de reis trouwens prima. Na een kwartiertje geeft hij zijn gevecht om weer uit de tas te komen op en slaapt de rest van de vlucht braaf in zijn dichtgeritste hondentas onder de stoel voor mij. Maar leuk is anders. Ik durf de tas niet eens even open te maken om te kijken hoe hij er écht aan toe is. Bang voor nog meer stress en drama. Ook voor Jack. Tot we daadwerkelijk uit kunnen stappen, laat ik de tas onaangeroerd. In de slurf naar de aankomsthal mag Jack er eindelijk uit en hij kijkt stoer en rustig. Opgelucht haal ik adem. We hebben de vlucht weer overleefd. Alle drie.

De kamer in hotel Ikaros

De volgende ochtend worden we wakker in één-sterrenhotel Ikaros op een steenworp afstand van de laatste stop van expressbus X96, die ons gisterenavond in zo’n anderhalf uur van het vliegveld naar de veerhaven van Piraeus heeft gebracht. De naam ‘Ikaros’ verwijst naar een personage uit de Griekse mythologie. Hij ontsnapt van het eiland Kreta met door zijn vader gemaakte vleugels van veren en was. Tegen zijn advies in vliegt Ikaros toch te hoog, waardoor de was smelt in de hete zon en hij in zee stort. Van hoogmoed die voor de val komt, kan bij dit hotel in elk geval níet worden gesproken. In onze kamer is geen werkende verwarming en maar één dunne, kleine deken op ons bed. Gelukkig staat er nog een tweede bed in de kamer. De schroeiplekken staan in de dekens. Hier wordt nog gewoon gerookt zonder dat een sprinklerinstallatie of rookmelder de pret kan verstoren.

Douche en toilet in hotel Ikaros

De voegen van de grote, witte douchetegels zijn met roomwitte lak overgeschilderd in een verwoede poging de zwarte schimmel te verbergen. Het lijkt op de slordig en te dik aangebrachte lippenstift op het gezicht van een dronken dame. Buiten is het maar een paar graden boven het vriespunt. Natte sneeuw vermengt zich met regen en een stormachtige noordenwind, die dwars door je ziel snijdt. De douche doet het ook niet. Ron klaagt dat hij het de hele nacht ijskoud heeft gehad, omdat ik alle dekens naar me toe heb getrokken. Dat kan kloppen, want ik heb het lekker warm gehad met al mijn kleren aan in bed.

We checken de volgende ochtend snel uit en drinken cappuccino bij de bakker om de hoek. Daarna kopen we kaartjes voor de veerboot naar Leros, die later niet blijkt te gaan vanwege storm en ruwe zee. Het is geen verrassing. Dat wordt een dagje rondhangen in Piraeus. Eerst zoeken we een nieuw hotel. Dit keer mét verwarming én warme douche. Schuin tegenover Ikaros ligt onze nieuwe slaapplek: hotel Delfini. De rest van de middag genieten we van de warme kamer, het zachte bed, de warme douche en de WiFi. Het is nu de vraag wanneer de ferrie wél vertrekt. Misschien om 8.00 uur morgenochtend, maar dat lijkt ook een lastig verhaal te worden met de aanhoudende stormachtige wind. Vlak voor we ons weer melden bij het boekingskantoortje in de haven lees ik al op Internet dat er morgenmiddag om 15.00 uur eentje moet gaan. Verwachte aankomsttijd: 31 december, oudjaarsavond, om 23:59 uur. Dat belooft wat…

Muurschildering in de haven van Piraeus

We slapen uit in ons heerlijk zachte en warme hotelbed. Zelfs Jack doet mee. Piraeus is tegen onze verwachtingen in een prima plek om een paar dagen te vertoeven. Alles is er voorhanden, de drukte is goed te doen en de mensen zijn vriendelijk. En wat ons na de afgelopen weken in Nederland hier nu het meeste opvalt: géén vuurwerk. Helemaal niks. Zelfs niet één klein rotje. En dat in een voorstad van wereldstad Athene. Wat een verademing! Al maken we ons wel een beetje zorgen om de aankomst op Leros precies met de jaarwisseling.

Bij de veersteiger E1 in Piraeus

Om 12:00 uur staan we al klaar om de boot op te gaan, maar we moeten nog een uurtje wachten. Duidelijk is gelukkig wel dat we dit keer ook écht gaan vertrekken. Het is niet druk op de boot. Alleen wat Grieken die oud & nieuw elders gaan vieren of misschien juist weer op de terugreis zijn van een kerstfeest bij familie of vrienden.

Vertrek uit Piraeus

Stipt 15.00 uur vertrekken we dan eindelijk voor het laatste stukje van onze thuisreis. Ondanks de snelle vlucht naar Athene gaan we er dankzij deze vertraging toch nog zo’n 2,5 dag over doen. Al snel varen we de nacht in en is er niet veel meer te zien.

Zonsondergang op de veerboot

Pas rond een uur of tien bij onze eerste stop op Patmos valt er weer wat te beleven. Zodra de ferrie aanlegt, klinken er keiharde, doffe knallen. We kunnen niet zien waar het vandaan komt en wat het is. Het lijkt op een welkomssaluut voor de veerboot. Zo snel als we zijn gekomen, zo snel vertrekken we ook weer. Via Lipsi komen we net iets na middernacht aan op Leros. Op het ergste voorbereid staan we klaar om snel naar buiten te lopen en ergens te schuilen voor het vuurwerk. Alleen, er is geen vuurwerk. Helemaal niks. Ook niet tijdens onze wandeling van een half uur naar de jachthaven. Ook niet als we onderweg groepjes jonge mannen tegenkomen. Niks, nakkes, nada. Nooit gedacht dat ik ooit zo blij zou kunnen zijn met ‘géén vuurwerk’ tijdens Oudjaarsnacht.

Rond één uur ’s nachts komen we dan eindelijk aan op onze Coco, onze boot, ons drijvende huisje. Het voelt vertrouwd, maar ook nog een beetje vreemd. We zijn weer thuis in Griekenland. Klaar voor een nieuw jaar met nieuwe avonturen. We drinken er nog een paar borreltjes op en gaan dan snel te kooi. Ook in 2020 blaast de Captain immers weer vroeg het ochtend reveille…