Te vroeg juichen

De volgende ochtend staan we met een dubbele kater op. Van ons feestje van gisteren en van de teleurstelling dat ook Kos geen goede haven blijkt. We hebben weer eens te vroeg gejuicht. Tijd voor plan X.

Als we ons melden bij de receptie en vertellen dat we voor een paar weken naar Nederland gaan, krijgen we te horen dat we dan iemand moeten machtigen om supervisie te houden over onze Coco. Veel medezeilers die ook aan boord wonen zijn er hier niet en het eerste bedrijf dat ik vraag, rekent hiervoor maar liefst €200. En dat komt dan bovenop het toch al niet misselijke havengeld dat we aan de marina moeten betalen. We voelen ons genaaid en willen weg.

Lakki town op Leros

Als we ’s ochtends vroeg koffie zitten te drinken, gooit er tot overmaat van ramp ook nog een huurboot los. De haven ligt er hier trouwens vol mee. De warrige Franse Captain Iglo aan het roer instrueert zijn vrouw en dochter die elk een zijkant van de 42 footer met hun blote voeten proberen af te houden. Met harde zijwind en zonder boegschroef de punt tegen de wind indraaien in een veel te krappe tussenruimte gaat natuurlijk nooit lukken. Ze rammen bijna onze Coco en drijven daarna, al voor en achteruit stekend, steeds verder af richting de lager wal aan de kade voor de cafeetjes, alwaar zich inmiddels een aardig publiek heeft verzameld. Wonder boven wonder vallen er geen gewonden als de dames hun blote benen tussen hun boot en de boegankers van andere boten blijven steken. Net op tijd komt een scheldende marinero ze met een bootje uit de brand helpen. Hij sleept hun punt door de wind en schreeuwt ze de goede kant op. Juist. Weg hier. En wel zo snel mogelijk. En wij ook.

Lakki town op Leros

We vertrekken de volgende dag ondanks code geel. Als we opstaan, regent het nog hard, maar een paar uur later is het droog. De wind tempert gelukkig ook wat. Vanmiddag zou het beter moeten worden. We roepen de marina op en worden vijf minuten later netjes geholpen om van onze plek weg te komen. Op naar Leros.

We zetten de genua en varen met harde, maar ruime wind de baai uit. De naderende kleine, Turkse veerboot geeft ons vriendelijk alle ruimte. Het zal er wel weer mooi uitzien met onze bescheiden afmetingen op de hoge golven. We zwaaien ‘dankjewel’ terug. Benieuwd wat deze tocht ons weer gaat brengen. Een beetje zenuwachtig zijn we wel. De nieuwe weerberichten zien er minder rooskleurig uit dan die van gisteravond en vanochtend. We schalen langzaam op van code oranje naar code rood. Tot overmaat van ramp begint halverwege de toerenteller van de motor ook te haperen. Ron probeert het nog voor me te verzwijgen, maar ik zie het toch. Zou onze antieke Yanmar het dan op het laatste tochtje van dit jaar alsnog laten afweten? Er zit weinig anders op dan doorvaren, want terug tegen golven en wind in is een nog slechter idee. En hij klinkt goed, dus het zal wel goed komen, zo praat Ron ons moed in.

De ingang van de baai bij Lakki op Leros

Ik tuur intussen naar de wolken om me heen. Hangt daar nou een bui? Komt dat onze kant op? Blijven we de wind meehouden? Kan het zeil nog wel blijven staan? Met zeil en motor proberen we zoveel mogelijk snelheid te maken. Recht voor de wind heen en weer slingerend op de golven laat de genua het soms afweten. Langzaam breekt de zon door. Als we in de smalle doorgang tussen de eilandjes onder Leros aankomen, is alles rustig. Code rood geldt vandaag blijkbaar niet voor Leros. Opgelucht halen we adem. We zijn er. Eindelijk een veilige plek waar we Coco kunnen achterlaten. Hopen we.

Coco in Leros Marina

Even denk ik nog: ‘niet te vroeg juichen’ en gelijk denk ik aan mijn broer. Toen Remco al heel erg ziek was, juichte hij bij elk klein lichtpuntje in zijn behandeling. De artsen waarschuwden hem dan steeds om niet te vroeg te juichen. Hij was het daar absoluut niet mee eens. Niet te vroeg juichen, dat was volgens Remco nou weer zo’n typisch conservatief Hollands gezegde. Hoezo niet te vroeg juichen? Waarom zo voorzichtig? Juich gewoon als het goed gaat. Vier een feestje als daar een reden voor is. Als het later toch tegen blijkt te vallen, zie je dan wel weer verder. En hij heeft gelijk. Je kunt nooit te vroeg juichen, dus: tijd voor een feestje!