Plan B

Het is weer eens zover: plan B treedt in werking. Zo enthousiast als we waren over ons tijdelijke winterverblijf op Kasos, zo zenuwachtig houden we nu het weerbericht in de gaten om te kijken wanneer we er weer weg kunnen komen. Wanneer leren we het nou eens: zeg nooit wat je gaat doen, want het loopt toch altijd anders.

Het is op Kasos wel veilig, maar zoals in veel Griekse havens geldt ook hier: je moet er soms even bij blijven voor het beste resultaat. In dit geval bij zware zuiderstorm. Dat gaat ons niet lukken, want we willen naar Nederland, en er is ook niemand aan wie we dat kúnnen en willen overlaten. Langzaamaan begint de tijd te dringen, want we hebben beloofd om 24 november bij de 85e verjaardag van Ron’s moeder te zijn. En ondanks aanhoudend zomerse temperaturen zien de weerberichten er nou niet echt stabiel uit.

Wandelen op Kasos

Dan is het woensdag. De voorspelling is een herhaling van de afgelopen dagen. De wind nét iets te hard en de golven nét iets te hoog naar onze zin. En de afgelopen dagen blijkt het achteraf ook steeds iets harder te waaien en te golven dan voorspeld, dus we blijven liggen en gaan lekker wandelen. Eén van de laatste routes op Kasos die we nog niet hebben gezien. Maar we zijn de haven nog niet uit als Ron vaststelt dat het er toch best wel rustig uitziet. Misschien dat we toch…? Lukt dat dan nog op tijd…? En ja hoor, plan B treedt weer in werking. We gaan varen. Binnen een uur halen we alle boodschappen, betalen bij de Port Police en breken ons kamp aan de kade op. Lijnen los! Karpathos, we komen eraan!

De smalle ingang van de Tristomo ankerbaai

De roeispanen die zacht door het water glijden echoën tegen de steile bergwanden van de pikdonkere ankerbaai. In de verte hoor ik wat krekels. Verder is het doodstil. Geen menselijke geluiden. Het licht van de halve maan beschijnt de huizen van het verlaten dorp waar we voor anker liggen. Het lijkt op het decor van een slechte Western afgespeeld op mijn eerste zwart wit TV die slechts signaal ontving van een klein, onversterkt binnenantennetje met groffe zwarte, witte en grijze korreltjes beeld als resultaat. Surrealistisch. Onwerkelijk. Jack boeit dit allemaal niet. Hij vindt het hier heerlijk naar schapestront ruiken en doet zelf ook een flinke duit in het zakje. Het is ons laatste tochtje naar de kant voor we in een diepe slaap vallen achter ons anker in de rimpelloze Tristomo ankerbaai op de noordoostpunt van Karpathos.

Vertrek uit de Tristomo ankerbaai

Bij gebrek aan telefoon en data ontvangst varen we de volgende ochtend zonder recent weerbericht door naar Tilos. Gelukkig pakt het goed uit. Het grootste deel van de tocht zeilen we op topsnelheid over een rommelige zee. We leggen in dik 8 uur 42 mijl af. Ruim 5 knopen gemiddeld. Niet slecht voor onze zware, langgekielde dame. Vandaag blijkt voor de verandering een ‘plan A’ dag te zijn.

We naderen Tilos

Als we langs de Oostkust van Tilos varen, zien we een patrouilleboot liggen van de Turkse kustwacht. Ik herken het vaartuig pas later aan de hand van een nieuwsbericht over extra geld dat Erdogan van de EU heeft losgetroggeld voor meer van deze vaartuigen om de migrantenstroom naar Europa te kunnen stoppen. Het is voor het eerst dat de Turkse kust op zichtafstand ligt. We beseffen dat we vanaf nu in principe elk moment een vluchtelingenboot tegen kunnen komen. Of erger. Vluchtelingen die het niet gelukt is. Over mensen met een ‘plan B’ gesproken.

‘Er drijft iets in het water’, zegt Ron de volgende ochtend als ik terugkom van mijn ochtendwandeling met Jack. ‘Iets groots. Het lijkt wel een lijk.’ Het zal toch niet, schiet het door mijn hoofd. Ik ga kijken. Het lijkt op een varken. Of een geit. In elk geval geen mens. Godzijdank. Even later sleept een klein bootje het kadaver de haven in en voert het af.

De dode geit wordt weggesleept

Als we de volgende dag verder varen naar Kos, moeten we omvaren om zelf niet illegaal de grens over te steken en in de Turkse territoriale wateren terecht te komen. Zo dicht ligt het hier bij elkaar. Het Turkse vasteland krult overal om de Dodekanese, een Griekse eilandengroep, heen. Geen wonder dat hier veel wanhopigen de sprong wagen. Hun ‘plan A’ was een veilig en gelukkig leven zonder honger en armoe in hun eigen land. Helaas lukt dat vaak niet en rest hen niets anders dan ‘plan B’ : op zoek naar geluk, eten en veiligheid elders op aarde. En ook daarvan komt voor de meesten niets terecht. Ze belanden onder mensonterende omstandigheden in een overbevolkt vluchtelingenkamp of erger nog: spoelen levenloos aan op de kust van het beloofde continent Europa.

’s Middags komen we aan in Kos Marina. Voor in de haven liggen verschillende bewapende boten van de kustwacht en Frontex, de Europese grensbewaking. Soldaten hangen er wat verveeld bij.

Frontex schip in Kos Marina

Er valt toch wel een last van onze schouders nu we veilig in een Marina liggen. Waarschijnlijk blijven we hier tot we naar Nederland gaan en laten we Coco hier achter. We houden nog een slag om de arm, want je weet nooit of er wéér een plan B komt. Opgelucht en blij dat we op tijd een veilige haven hebben gevonden bouwen we die middag ons eigen feestje. Voor het eerst in een half jaar kunnen we onder een echte, luxe douche. Wat hebben we het toch goed.

Op onze avondronde met Jack zien we dat de meeste patrouilleschepen uit de haven vertrokken zijn. Op weg om de inmiddels in duisternis gehulde grenzen te bewaken. De grenzen van onze veilige haven Europa. Veilig voor ons, maar helaas niet voor iedereen. Terwijl wij in alle vrijheid rondvaren op zoek naar ons geluk in veilige havens, is dat voor de meeste mensen op deze wereld niet weggelegd. Waar maken wíj ons in hemelsnaam druk om als ons ergste ‘plan B’ is dat we een paar dagen later gaan varen, een verjaardagsfeest missen of dat Zwarte Piet dit jaar misschien paars is?