Reisstress (2)

“En hoe wilt u dan naar Griekenland?” vraagt de mevrouw van de klantenservice. “Uhh, met de trein…”, antwoord ik licht verbouwereerd. “Ik spreek toch met NS International?” Maar de mevrouw wil graag van mij weten via welke route ik dan van Nederland naar Griekenland wil reizen. En nee, zij kan zo niet zien welke routes er zijn. Dat moeten we zelf uitzoeken. En zo begint ons treinavontuur met een speurtocht op het internet.

Er zijn veel websites en apps die pretenderen hierbij te kunnen helpen. In het begin hebben wij het meest aan Rail CC. Deze site legt uit welke routes er zijn en waar je elk onderdeel kunt boeken. Met de app Trainline EU boeken we vervolgens twee ICE tickets: eerst tot München en dan tot aan Boedapest. Daarna wordt het online tickets kopen lastiger. De site van het Hongaarse MAV-Start werkt niet echt lekker. En als je daar de kaartjes al gekocht krijgt, moet je ze vervolgens met een gemailde code op een station uit een automaat gaan halen. Wij besluiten om ze dan maar gewoon op het station te kopen.

Maandag 7 januari vertrekken we aan het eind van de ochtend met de bus van Heesch naar Oss. Vandaar verder met de trein via overstaps in Zutphen, Hengelo en Hannover naar München.

ICE naar München
In de trein naar München

Gelukkig hebben we wat extra overstaptijd ingepland in München, want in Hannover blijkt de ICE naar München zo’n half uur vertraagd te zijn. En dan zijn er nog de berichten over extreme sneeuwval en de effecten die dit ook op het treinverkeer schijnt te hebben. Maar dit lijkt mee te vallen. Onze vertraging wordt deels weer ingehaald en na een stop van ruim 1,5 uur in München kunnen we verder naar Budapest. De Duitse conducteur mompelt iets over ‘der Hund’. Jack moet in de reistas of we moeten €29 betalen. Waarom wél in deze ICE en niet in de vorige? Dat weet hij ook niet. Daarna slapen we. Jack in z’n tas op de grond en wij ieder op drie stoelen. Althans tussen de harde geluiden door dan: het koppelen en ontkoppelen van treinstellen, slaande deuren, af- en aanslaande airco en piepende wielen op de rails. Om 4 uur ’s nachts staat de trein nog steeds in Salzburg. Voor mijn gevoel al uren. Maar uiteindelijk rijden we weer verder. ’s Ochtends stroomt de trein vol met forensen, dus is het gedaan met de rust en ruimte. De Hongaarse conductrice meldt zich ook en vraagt met een blik op Jack hoe het met ‘die Katze’ zit. Nu blijken we er sowieso een kaartje voor te moeten hebben. Voor ‘der Hund’ dan. We rekenen €12 extra af.

Station Budapest Keleti is een prachtig oud station. Als we er aankomen gaan we eerst onze vervolgtickets kopen. Als ik de mevrouw van de kaartverkoop Jack laat zien door hem boven de balie uit te tillen, tovert ze een brede lach op haar gezicht. Ze laat haar mobieltje zien met de foto van haar twee Duitse Herders op de achtergrond. Voor Jack kopen we ook een kaartje. €15, net als wij. Anders moet hij 8 uur in een afgesloten reistas blijven. Daarna drinken we allebei drie cappuccino in het oude, statige stationsrestaurant. We weten niet wat het kost. In Hongarije nog geen euro’s, maar Huf’s, met een ons onbekende wisselkoers. Het valt mee. We hoeven maar €12 af te rekenen. En we kunnen ook nog even naar een toilet mét water en zeep.

Buiten sneeuwt het licht, maar gestaag. Er is geen horizon te zien, geen overgang van land naar lucht. Alles is wit. En het is snijdend koud. De straten zijn vrijwel leeg. Als we langs een onbewaakte spoorwegovergang komen, toetert de trein. We zitten in misschien wel de langzaamste internationale trein ter wereld: van Budapest naar Belgrado, 320 km in maar liefst acht uur tijd.

ICE naar Belgrado
In de trein naar Belgrado

Onze voorraden hebben we aangevuld bij de Spar voor het station in Budapest, want een restauratiewagon ontbreekt. De trein stopt vaak en rijdt nooit echt snel. Het maakt niet uit, langzaam maar zeker komen we er wel. Maar dan ineens worden we de trein uit gedirigeerd. Onduidelijkheid alom, want de conducteurs van deze internationale trein spreken eigenlijk alleen Hongaars. Via via komen we erachter dat we met de bus verder moeten tot de grens met Servië. En daarna gaan we waarschijnlijk weer met de trein verder. De Hongaren hebben blijkbaar een iets andere aanpak van besneeuwde bovenleidingen dan de Serviërs. Meer zoals de NS. In Kiskunhalas staan we met zo’n vijftig reizigers buiten in de sneeuw te wachten. Het is koud. Niemand weet wanneer de bus komt. En of we er allemaal in passen. Dan worden we weer naar binnen gestuurd, waar het warmer is. Ik ga even met Jack een rondje buiten om de bushalte lopen. Ineens hoor ik Ron hard op zijn vingers fluiten. Bijna iedereen is alweer via de achteruitgang terug de trein in gestapt. We gaan blijkbaar toch niet met de bus…

We rijden door naar de grens alwaar een folkloristisch gebruik uit lang vervlogen tijden in ere wordt hersteld: paspoortcontrole. Sommige mensen krijgen zelfs een stempel van de meester. Wij niet. En als je denkt dat het klaar is, komen ze nog een keer. Andere vlaggetjes op het uniform dit keer. En ze nemen alle paspoorten mee. Intussen staat de trein alweer ruim een half uur stil. De conducteur slaat met een hamer tegen de bodem van onze treinwagon. Met een zaklamp controleert hij ook de andere wagons. En dan is het stil. We rijden niet. We wachten. Buiten is het intussen donker. Er moet weer gewisseld worden, want zo Europees is het allemaal niet in Europa. In elk geval niet bij de treinen. Bij elke grens die we passeren vindt er een wissel plaats van personeel en materieel. En dat kan best even duren. De paspoorten komen weer terug.

Backa Topola
Een Servisch treinstation

Als we met een uur vertraging in Belgrado aankomen, besluiten we een hotelkamer te zoeken. Er is geen aansluiting meer met de nachttrein naar Thessaloniki, dus we kunnen sowieso beter morgen verder reizen. En na 36 uur onafgebroken reizen zijn we moe en stinken we. Door een met ijs en sneeuw bedekt Belgrado schuifelen we op aanwijzingen van Google naar het dichtstbijzijnde hotel: Villa Senjak. Voor €27 slapen we er heerlijk in een eenvoudige kamer met douche. Het is laag seizoen, dus de prijzen staan gelukkig onder druk.

De volgende dag lopen we fris en fruitig terug naar het station, waar ons een verrassing wacht: de eerstvolgende nachttrein naar Thessaloniki vertrekt op 14 juni. Dat is even slikken. Zoveel avontuur had nou ook weer niet gehoeven. Ook via Sofia (Bulgarije) is er geen nachttrein. Onder het genot van een paar cappuccino’s, onze eerste koffie van de dag, besluiten we de kortste route met de regionale treinen te nemen. Op naar Nis. Als we na de koffie in de wachtruimte zitten, komt de geblondeerde mevrouw van de internationale treinkaartjes nog even naar ons toe gerend. Waarschijnlijk kunnen we in Nis aansluitend de bus naar Thessaloniki pakken. Internet is het met haar eens en meldt dat dit zelfs maar vijf uur duurt. Als dat waar is, zijn we er nog sneller dan met de niet rijdende nachttrein. Maar eerst naar Nis. De korte trein bestaat uit drie wagons, die allemaal in open verbinding met elkaar staan. Het is een moderne trein met WiFi. De sfeer is gemoedelijk. De mensen kennen elkaar én de conducteurs.

Uitzicht vanuit de trein naar Nis

Buiten trekt een besneeuwd heuvellandschap aan ons voorbij. Op één van de vele tussenstops komt ook de man met de hamer weer langs om, zo vermoeden wij, het ijs onder de wagons weg te tikken. Langzaam valt de duisternis weer in. Iets later dan gepland komen we in Nis aan. We zetten alles in op het halen van de bus naar Thessaloniki en die lijkt niet bij het treinstation te vertrekken. Zoals de geblondeerde mevrouw van de internationale tickets in Belgrado ons wél had beloofd. We pakken een bus naar het centrum om van daaruit naar het busstation te lopen. De eerste bus wil ons niet meenemen vanwege Jack. De tweede gelukkig wel. De conducteur en een paar passagiers helpen ons met gebaren en drie woorden Engels verder. Betalen hoeft niet. Te ingewikkeld waarschijnlijk. Met Google door naar het busstation. Nee, bussen naar Thessaloniki zijn er niet. Alleen naar Skopje (Macedonië) en Jack mag niet mee. Misschien wel met de andere busmaatschappij, maar dat moeten we dan aan de buschauffeur vragen. Middernacht vertrekt ‘ie. Misschien moeten we toch de trein maar weer nemen. Terug weer dus naar waar we net vandaan komen. We besluiten eerst maar een hotel zoeken. Morgen kijken we weer verder.

Nis
Onderweg naar het hotel in Nis

We vinden als eerste het drie sterren Regent hotel. Iets duurder dan het vorige hotel. Voor €47 hebben we een ruime kamer met alles erop en eraan. Jack stelt zijn eigen bed ook zeer op prijs. En nee, niet op zijn eigen zwarte hondendeken, maar liever op het smetteloos schone hotellinnen met een kussentje van opgerolde handdoek.

De dame van de receptie belooft ons morgen te helpen met het uitzoeken van het vervolg van onze reis. Met die geruststellende gedachte nestelen we ons in onze warme hotelkamer, drinken een drankje en reizen daarna vast naar dromenland.

Wordt vervolgd…

Advertenties

8 gedachten over “Reisstress (2)”

  1. Weer een nieuw avontuur en als je al bijna in Macedonië bent lukt het laatste stuk ook wel. De naam van die staat is ook zo’n Grieks-Europees dingetje zo dicht tegen Griekenland aan.

    Liked by 1 persoon

Laat een reactie achter op Bart Rozemuller Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s