Follow the sun, deel 4 – Overwinteren in Italië

Het is februari en dus volop winter. We liggen met onze Crabber in de ‘private’ marina van Cala Galera, zo’n zestig mijl boven Rome. Voor het eerst sinds twee weken kunnen we weer douchen in plaats van onszelf in de boot te moeten wassen met behulp van een teiltje. Er is een toilet vlakbij de boot, gratis en altijd open. En ‘last but not least’: de boot ligt hier heerlijk beschut en rustig. Het servies blijft weer op tafel staan, ‘s nachts kunnen we weer slapen en ik word niet meer licht misselijk terwijl we gewoon in een haven liggen. Dat zijn de laatste tijd allemaal geen vanzelfsprekendheden meer. Zie hier de belangrijkste redenen waarom we dit keer deze wat saaie jachthaven verkozen hebben boven de veel gezelligere ‘porto communale’ van Porto Ercole in het dorpje hier vlakbij. Langzaamaan komen we erachter wat het onderscheid tussen deze verschillende typen havens precies inhoudt.

Een marina is een echte jachthaven, zoals we die uit Nederland kennen. Er liggen alleen pleziervaartuigen en er zijn diverse voorzieningen, meestal minimaal water, elektriciteit, douche en toilet. In de grotere jachthavens zijn er ook winkels, barretjes en restaurants, waarvan nu echter het grootste gedeelte gesloten is. Je kunt je echter voorstellen dat het hier in de zomer druk en gezellig is. Nu lijkt het vooral na de middag meer op een spookstad. De prijzen in deze havens zijn fors. Volgens de Almanak betaalt een 12 meter jacht in het hoogseizoen meer dan 100 euro per nacht. Nu kost het ons een tientje

Een ‘communale’ is een haven die beheerd wordt door de betreffende gemeente. Er liggen naast plezierjachten ook andere schepen. Dit varieert van vissers tot veerboten en grote cruiseschepen. Er is wel een soort indeling wie waar ligt, maar in onze vorige haven – Giglio Porto – meerden de veerboten vlak naast ons af. Giglio Porto is een schilderachtig haventje in het gelijknamige dorp op het Isola del Giglio. Dit prachtige eiland is bekend geworden door het cruiseschip Costa Concordia dat hier in januari 2012 met 4.429 opvarenden vlak voor de haven aan de grond liep en kapseisde. Er kwamen hierbij 32 mensen om het leven. Onlangs is de kapitein van dit schip veroordeeld tot 16 jaar celstraf. Als je hier ziet waar hij met zo’n groot cruiseschip heeft gevaren – vlak voor de kleine haven langs over een duidelijk op de kaart gemarkeerde ondiepte – kun je daar wel begrip voor opbrengen. Nog steeds wordt er hier trouwens gewerkt aan het restaureren van de zeebodem.

Porto Giglio
Giglio Porto

Als we bij aankomst in de haven informeren naar toilet en douche, worden we voor het toilet met een knipoog verwezen naar een van de lokale barretjes. In deze haven zijn helemaal geen voorzieningen en er is ook geen openbaar toilet/douche in het dorpscentrum, zoals je die soms nog wel aantreft. Elke ochtend zitten we dus in het barretje aan ‘due cappuccini e due brioche’ (cappuccino met een soort gesuikerde croissant). Havengeld hoeven we niet te betalen. Het lijkt erop alsof er nu ook niemand is die dit beheert. Door het slechte weer liggen we hier een week. In het barretje worden al grapjes gemaakt dat we op Giglio blijven wonen. Het is er altijd gezellig druk. Er wordt vooral koffie gedronken, en ook gekaart, gekletst en wat geborreld.

Maar hoe zijn we hier gekomen? Als er begin november een abrupt einde komt aan het schijnbaar eindeloze terrasweer hebben we net bezoek van Maria, een vriendin uit Nijmegen. We komen die dag met z’n drieën aan in de jachthaven van Viareggio. Verder varen zit er gezien de weersvoorspellingen voorlopig niet in. Als we in die week ook nog een kleine lekkage aan de zwaardbout ontdekken, besluiten we in Viareggio te blijven en eerst de boot te repareren. Begin december willen we namelijk naar Nederland, dus dan willen we de boot met een zo gerust mogelijk hart alleen achter laten. Met Maria maken we een paar leuke uitstapjes, o.a. naar Pisa. Intussen onderzoeken we hoe en waar we de boot uit het water kunnen halen. Diego, de havenmeester van Viareggio, helpt ons met het aanvragen van twee offertes. Als we op vrijdagochtend kiezen voor La Magica, een kleine werf in een ander deel van de haven, blijkt dat we hiervoor ook een vergunning nodig hebben van de Guardia Costiera (de Italiaanse kustwacht). Zij houden toezicht op de bewegingen in de haven – zo wordt ons uitgelegd – en dus ook op welke boten er in en uit het water gaan. Voor het eerst maken we kennis met de bekende Italiaanse bureaucratie. Er is haast bij, want we kunnen op maandagochtend al terecht op de werf mits we voor vrijdagmiddag ons formulier voorzien hebben van een ‘marca da bollo’ en een stempel van de Guardia Costiera. Rennen naar de tabakswinkel waar je een dergelijk ‘belastingzegel’ kunt kopen en daarna samen met Diego naar de naastgelegen Guardia Costiera. Hier lijkt de tijd te hebben stilgestaan. In het kantoor zetelen ‘Il Capo’ van middelbare leeftijd en een jonge matroos in bijpassende outfits. Diego opent het gesprek in het Italiaans en legt uit wat ‘i olandesi’ komen doen. Langzaam richt Il Capo zich ook tot ons en in gebrekkig Engels uit hij zijn ongeloof over het feit dat na Nederland nu ook Italië zich niet gekwalificeerd heeft voor de WK voetbal. We lachen gebroederlijk en Il Capo stempelt het intussen door de matroos ingevulde formulier gewillig af. Handtekening eronder en klaar. We kunnen van start! 

DSCF6948.JPGMaandagochtend 20 november arriveren we om half 9 ‘s ochtends bij de werf La Magica. Het plan is om de lekkage bij de zwaardbout op te lossen, stripjes polyethyleen aan het zwaard te bevestigen (om het bonken van het zwaard in de zwaardkast te verminderen), antifouling aan te brengen en uiterlijk eind van de week weer in het water te liggen. Tijdens het schoonspuiten van het onderwaterschip blijkt al dat de verschillende oude lagen antifouling wel erg makkelijk loskomen. Bovendien zitten er plaatselijk kleine barstjes in de gelcoat. In overleg met de enige Engels sprekende werknemer en zijn baas stellen we een nieuw plan op: alles eraf schuren tot op de gelcoat, Primocon aanbrengen, plamuren, nogmaals Primocon aanbrengen en tenslotte twee lagen antifouling. Alles eraf schuren is makkelijker gezegd dan gedaan. Vooral Ron moet flink aan de bak met de schuurmachine. Naast hard werken is er die week ook gezelligheid. Het is leuk om van dichtbij mee te maken hoe het er op zo’n werf aan toe gaat en ondanks de taalbarrière horen we er langzaamaan toch een beetje bij. Na het werken gaan we elke avond uit eten bij Santa Monica, een heel gezellig restaurant waar je ook nog heerlijk kunt eten. Het is er altijd druk met een internationaal gezelschap, zowel voor als achter de toog. De Italiaanse eigenaar Michelle en zijn Russische vriendin, die verschillende talen spreken en gasten van verschillende nationaliteiten die in de haven op één van de vele megajachten werken. Zo belonen we onszelf voor het harde werken. En koken en afwassen op de boot is nu ook geen eenvoudige opgaaf.

Het wordt op de werf echter ook snel duidelijk waarom Diego dit deel van Viareggio aanduidde als “another part of town”. Als ik de eerste nacht om een uur of 1 van de boot afklim en naar het toilet loop, zie ik ineens een jongeman op een vissersbootje zitten. In mijn beste Italiaans vraag ik hem of het zijn boot is. Zoals ik al vermoedde, blijkt dit niet het geval. Tot mijn verbazing blijf ik uiterst rustig en vraag hem vriendelijk of hij dan alsjeblieft weg wil gaan. Hij vraagt of hij op de boot mag blijven slapen. Nee dus… Als het later die nacht voor het eerst sinds lange tijd gaat regenen, begrijp ik waarom. Ik wacht niet verder af wat hij doet, ga naar het toilet en terug naar onze boot. De medewerkers van de werf reageren er de volgende dag laconiek op, maar de visser van wie de boot is, wil er het fijne van weten. We begrijpen elkaar nauwelijks, maar ik snap dat “ze” de volgende nacht een oogje in het zeil zullen houden. Daarna hebben we geen insluipers meer gezien. Na acht dagen klussen gaan we weer te water onder het toeziend oog van de vissers.

DSCF6963.JPGEen week daarna laten we onze boot voor vier weken achter in de toch wat krakkemikkige jachthaven van Viareggio. De haven staat al een paar jaar te koop en het onderhoud laat te wensen over. Als er een flinke deining op zee staat, gaat alles er enorm te keer. We leggen de boot daarom zo ver mogelijk van de steiger af met stalen veren aan de achterlandvasten om de ergste schokken op te vangen, kettingen die deze veren weer overspannen in geval van breuk en op advies van de havenmeesters ook nog een stel extra achterlandvasten. Ze beloven een oogje in het zeil te houden en zij zijn niet de enigen. Op 5 december vliegen we in ruim 2 uur van Pisa naar Eindhoven. Daar hebben we met de Crabber ruim zeven maanden over gedaan! Het is fijn om rond de feestdagen alle vrienden en familie weer te zien. Maar vier weken zonder een eigen stekkie is ook best lang. Op 4 januari vliegen we weer terug. De steiger waar onze boot aan ligt heeft de stormen niet helemaal overleefd, maar onze Janna gelukkig wel. Al snel maken we weer plannen om verder te varen. In deze tijd van het jaar betekent dat meestal wat langer wachten op goed en veilig vaarweer. Maar op 13 januari is het dan zover. We varen in drie dagen via Livorno en Cala de Medici naar San Vincenzo. Hier zitten we een forse storm uit.

Westerstorm in San Vincenzo
Westerstorm in de haven van San Vincenzo

De haven is gelukkig heel goed beschut, dus de deining valt mee. We liggen echter dichtbij de havenmuur en het waait zo hard dat er een soort constante mist van zout water over de boot heen waait. Achteraf zit werkelijk alles onder een dikke laag zout. Er slaan enorme golven over de havenmuur heen. Zoveel natuurgeweld maakt dat we ons erg nietig voelen in onze kleine boot. We zijn blij als de storm langzaam weer gaat liggen.

Nu kunnen we beginnen met ons volgende klusje: reparatie van een slecht gedeelte in het achterdek. Het meeste werk gaat zitten in het zoeken naar een geschikt stuk watervast multiplex. We zijn hier een dag aan kwijt en moeten dan nog genoegen nemen met een krap stukje. Voordat we met dit klusje helemaal klaar zijn, klaart het weer op en grijpen we onze kans om naar Elba te varen. Het is dan prachtig weer en het lijkt eind januari al wel lente. Veel zon en temperaturen rond 13 graden.

Elba Portoferreaio
Elba, Portoferraio

Op Elba liggen we eerst in Portoferraio en later in Porto Azzurro.  Vanaf die laatste plek maken we een prachtige bergwandeling naar Monte Croce. Op slechts zo’n 500 meter hoogte ziet het er toch al prachtig ruig uit, de paden zijn steil en stenig en het uitzicht is adembenemend mooi. Monte Croce blijkt vernoemd te zijn naar een stalen kruis dat van zijn voetstuk is geknakt en nog maar net bovenop de berg blijft hangen. Het is symbolisch voor de Italiaanse staat van onderhoud, zoals je die op veel plekken aantreft: vaak de instorting nabij…

Op Isola del Giglio wandelen we in drie dagen kris kras over bijna het hele eiland. Er zijn veel wandelpaden en ook hier zijn er flinke hoogteverschillen te overbruggen over stenige en soms ook glibberige bergwandelpaden. Uiteraard met prachtige uitzichten als beloning. Van Isola del Giglio maken we een kort tochtje naar de overkant. Het weer is behoorlijk instabiel, dus we durven de ruim 40 mijl lange tocht ineens naar Civitavecchia niet aan. We belanden in de marina van Cala Galera op Monte Argentario. Dit is een voormalig eiland dat begin 18e eeuw door verzanding met twee landtongen met het vasteland werd verbonden. Het levert een apart stukje natuur op met veel vogels en vissen. Onze wandeling hier mondt uit in een middagje strandjutten. In de winter worden de stranden niet schoongemaakt, dus er ligt van alles: natuurlijk afval, zoals bomen, zeegras en vreemde bruine bollen, maar ook veel plastic afval, schoenen, visnetten etc. We keren huiswaarts met een mooi stukje teak, visnet, plastic slangetje en een trechtertje. We vinden het leuk om te kijken wat we nog kunnen maken van dit soort herbruikbaar afval.

Sneeuw in de haven van Ostia (Rome)

Inmiddels is het eind februari en heeft het weer niets meer weg van lente. We liggen in Ostia, de haven bij Rome. Voor het eerst sinds ons vertrek zitten we drie dagen binnen vanwege onophoudelijke regenval. Daarna bereikt ook de Siberische kou Italië. Er valt ‘s nachts zo’n 20 cm sneeuw en er waait een harde, ijzig koude noordenwind. Die maandag blijven alle scholen in Rome dicht. Op straat is het best druk, want iedereen komt de sneeuw bekijken. Het zonnetje laat zich voorzichtig weer zien, maar als we een dag later Ostia Antica willen bezoeken – de grotendeels bewaarde en opgegraven havenplaats van Rome uit de Romeinse tijd – is dit gesloten vanwege de exceptionele weersomstandigheden. We proberen terug naar de haven te wandelen langs de Tiber, maar dit blijkt onmogelijk. Wandelen in Italië is vaak een hele uitdaging, omdat alles vooral is ingericht voor de auto. Ondanks een speciaal wandelkaartje komen we er niet uit en lopen de dubbele afstand, zo’n 13 km, voor we weer in de haven terug zijn. De dag erna proberen we het vanaf de haven. We belanden in een krottenwijk, een niemandsland met zelf gebouwde onderkomens, oude caravans, compleet gestripte slooppanden die toch weer in gebruik zijn genomen, onverharde wegen, enorm veel afval en door de sneeuw en regen van de afgelopen dagen staat het ook nog grotendeels onder water. Even met twee voetjes op de grond gezet: wat hebben wij het toch goed! Nog even wachten en dan varen we weer verder: de zon achterna…

© Matty Lupker 10 maart 2018

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s